|
Tags: Linux | Oracle
| ||
| ||
Oracle en Linux - van knutselpakket tot Enterprise EditionDoor Andreas ChatziantoniouGeschiedenis is dan het leukst als het door mensen verteld wordt die het van dichtbij meegemaakt hebben. Hiermee wil ik niet zeggen dat ik alle fasen van Oracle op Linux heb beleefd, of dat er mensen zijn die het niet nog beter zouden kunnen vertellen.Het prille beginMijn eerste stappen met Linux gaan terug naar het pre-Linux tijdperk. Zo heb ik nog halverwege de jaren 80 (onder het genot van de muziek van toen) op een Atari 1040ST+ met een 68000 CPU Minix van Andrew Tannenbaum aan de praat gekregen. Vanaf 1994 ben ik met Linux op basis van Slackware aan de slag geweest. Van 1998 tot 2004 heb ik bij Oracle Nederland gewerkt.
Groot was de vreugde toen in 1999 de
eerste interne versie
van een Oracle Database 8.0.3 op Linux beschikbaar was. Om dit in de
context te
plaatsen moet men zich realiseren dat de gehele ontwikkeling van Oracle
toen
nog op Sun Solaris plaats vond. Er was dus sprake van een interne port.Omdat de Linux wereld toen nog redelijk gefragmenteerd was en men niet kon vertrouwen op een omgeving waarin diverse packages in een Linux omgeving geïnstalleerd waren was dus de installatie het beter knutselwerk. Zo moesten eerst nog diverse onderdelen gedownload worden. Ook het bakken van een eigen kernel om bepaalde zaken aan de praat te krijgen was toen nog nodig. En omdat er toen al verschillende distributies bestonden was het op iedere omgeving weer anders. Zo moet ook gezegd worden dat de stabiliteit van de installer en de database in zijn geheel sterk afweken van de standaard die Oracle toen had. Zo werd op de verschillende Linux varianten anders met het netwerk omgegaan. Bijvoorbeeld de naam van een machine kon zowel een hostname of een fully quallified hostname (inclusief de domain) zijn. De configuratie hiervan werd per Linux distributie anders uitgevoerd. Een ander bijkomend probleem was de verwachting van de Oracle installer om een X11 omgeving aan te treffen. En leg dan maar bij een klant uit die het zelf probeerde dat er minimaal 256 kleuren voor de installatie nodig waren. Dit was een Java probleem, maar klanten kregen hierdoor nogal wat twijfels over Oracle op Linux. Het waren dus duidelijk tijden voor de pionier die niet voor tegenslagen terug deinsde. Aan de andere kant was het toen wel zo dat klanten langzaam begonnen om hun koudwatervrees voor Linux te verliezen. Uit mijn eigen projecten maar ook van collega's weet ik dat vooral door het gebruik van de Oracle Application Server Linux meer en meer een serieus alternatief vormde. Was men in de database wereld al bezig met de standaardisatie van Oracle servers (alles op een platform, soms wel met consolidatie) zo was men wel open voor een goedkope Linux server om een Application Server op Linux in te zetten. In de slipstream van de Application Server zijn ook meer en meer Linux gebaseerde databases tot leven gekomen. Distributies - even goede vrienden met ....Vanaf 2001 was er dus wel een markt voor zowel de database als ook de Application Server op Linux. Rond deze tijd was de installed base voornamelijk op Red Hat te vinden, maar er werd ook driftig met SuSE gewerkt. Er was toen een grote community bezig om Oracle op Linux te verkennen. De animo bij bedrijven om Linux een kans te geven (zie boven) was natuurlijk gebaseerd op het beheersen van de kosten. Bij de groep van Linux adepten was natuurlijk alles al aanwezig om zowel de database als ook de Application Server op betaalbare machines te gebruiken. Hier draaide doorgaans Linux op. Dit was niet altijd een Red Hat of SuSE distributie. Zo kwam je een hoop informatie tegen hoe je een Oracle database op een Mango-Linux met een vanillesmaakje en hagelslag driver kon installeren.Voor Oracle was dit op een gegeven moment een probleem dat hiervoor nog niet bestond. Tot nu toe werd de Oracle software op machines geïnstalleerd die een statisch OS had. Of je nu met AIX, Solaris, HP-UX of Windows bezig was, de system administrator had weinig mogelijkheden om de kernel van het OS drastisch te modificeren. Met Linux was dit wel mogelijk. Er werd toen besloten dat Oracle support zou verlenen op drie grote distributies, te weten Red Hat, SuSE en Asianux. Debian viel toen om onduidelijk redenen buiten de boot. Er werd wel tegelijk gezegd dat het nog steeds mogelijk was om Oracle op andere Linux distributies te gebruiken, maar dat er geen support op verleend zou worden. Tegelijk was er binnen Oracle een kentering gaande. Was men toen voornamelijk met Red Hat bezig werd plotseling SuSE als vooraanstaand platform gepromoot. De redenen werden toen in ieder geval niet kenbaar gemaakt. Deze "liefde" zou trouwens niet lang duren, na ongeveer een jaar was men bij Oracle weer hele goede vrienden met Red Hat. Dit ging zelf zo veer dat Oracle met Red Hat samen werkte om de Red Hat kernel aan te passen. Hierdoor zou de Red Hat Enterprise Edition stabieler worden. Doel was natuurlijk dat klanten Linux als volwaardig platform zouden kiezen. Toentertijd was men nogal bang dat er geen volwaardig OS support voor Linux zou bestaan. Linux werd toen met knutselaars geassocieerd. Deze knutselaars konden natuurlijk geen 24*7 support voor het OS leveren. Toen de Linux distributeurs begonnen om met zogenoemde Enterprise versie te komen, waarbij tegen betaling wel support werd verleend, sprong Oracle op de trein om zijn klanten een goedkoop alternatief te bieden. Immers waren de kosten voor een Intel-gebaseerd systeem met Linux spectaculair lager dan bij een vergelijkbaar systeem van HP, IBM of Sun. Oracle kiest voor LinuxOracle heeft begin jaren negentig de slagzin gebruikt "Eat your own dogfood!" . Dit betekende ook dat de boodschap voor hun klanten om op Linux over te stappen ook intern omgezet werd. De ontwikkeling van producten werd stap voor stap over gezet van Sun Solaris naar Linux. Een bijkomend effect was dat relatief snel beta versies van nieuwe producten beschikbaar kwamen die door klanten eenvoudig getest konden worden. Was men tot nu toe aangewezen om een bepaald systeem met een "volwassen" OS te gebruiken, zo was het voldoende om een PC met Linux te installeren en aan de slag te gaan.Hierdoor werd gevoelsmatig Oracle op Linux een stabieler versie van de producten, met name voor de Oracle Application Server. Immers werkte het Open Source motto "given enough eyeballs, all bugs are shallow" ook bij Closed Source producten die op een Open Source platform draaiden. Bugs werden relatief snel gevonden - want een grote groep van enthousiaste Linux gebruikers probeerde de nieuwe versie snel uit. Patches kwamen snel beschikbaar en de algemene stabiliteit nam toe. In de markt was toen een bepaalde kentering te bespeuren. Moest men eerst nog met goede argumenten komen om Linux te gebruiken, zo waren we in 2003/2004 zo ver dat het niet gebruiken van Linux onderbouwd moest worden. Een eigen LinuxEen van de drijvende krachten achter Linux binnen Oracle is de Belg Wim Coekaerts. Bij een gesprek in het Oracle HQ in september 2008 vertelde Wim aan een groep van partners hoe het eigenlijk was gekomen dat er een eigen versie van "Oracle Unbreakable Linux" kwam. Wim kreeg een telefoontje van Larry, of hij even tijd voor een gesprek had. Om een lang verhaal kort te maken: klanten gebruikten wel Oracle op Linux, waren ook blij met de support op het OS, maar op het moment dat er fouten in oudere versies van het OS gevonden werden kregen ze van de "Enterprise" distributies geen updates. Voor de makers van de distributies was het met name interessant om regelmatig nieuwe versies te maken, maar deze werden bij klanten niet in dezelfde frequentie geinstalleerd. Een klant is immers blij als de omgeving stabiel blijft. Zeker als je productiedatabase er op staat.Oracle heeft toen de handschoen opgepakt en een eigen Linux distributie uitgebracht. Hierbij moet wel vermeld worden dat de Oracle versie voor meer dan 99 % op de gelijke Red Hat Enterprise versie gebaseerd is. Alleen een paar libraries wijken hiervan af. Support van deze versie wordt door Oracle verzorgd. Hierdoor kon klanten een totale oplossing uit een hand worden aangeboden. Het vingertje wijzen naar iemand anders is dus niet meer mogelijk. Immers is alle software van het OS over de database en de Application Server als ook de Enterprise Application van dezelfde leverancier. Er ontstond toen in diverse Internet groepen de vraag of het wel mogelijk was dat een onderneming zoals Oracle (of überhaupt een commercieel bedrijf) zijn eigen Linux mocht maken. Er werd met enige argwaan naar Oracle gekeken. Oracle heeft toen duidelijk gemaakt de roots van Linux in de Open Source community niet te verloochenen. Zo zijn er ook een aantal van ontwikkelingen vanuit Oracle als Open Source aan de Linux community terug gegeven. De toekomstGeen geschiedenis zonder toekomst en geen heden zonder verleden. Wat de toekomst voor Linux en Oracle zal brengen is niet bekend, maar de verwachting is dat Oracle sterk op Linux blijft inzetten. | ||
| Lees meer over Accenture | ||
| Ga terug naar We Love IT uitgave 5 - 2008 | ||
|





Groot was de vreugde toen in 1999 de
eerste interne versie
van een Oracle Database 8.0.3 op Linux beschikbaar was. Om dit in de
context te
plaatsen moet men zich realiseren dat de gehele ontwikkeling van Oracle
toen
nog op Sun Solaris plaats vond. Er was dus sprake van een interne port.